Johannes nam deel aan één van onze groeps-truffelceremonies. Hij schreef een prachtig verhaal over zijn ervaringen. Mét de opmerking dat iedere reis weer anders is, geeft dit reisverslag wel een heel mooi beeld van hoe een innerlijke reis met truffels eruit kan zien. Daarom deel ik hem graag.
Ter inspiratie!
“Het eerste uur gebeurde er eigenlijk weinig. Ik wist dat er na een uur een mogelijkheid zou zijn om de dosering te verhogen dus wachtte daar maar op. Dat gaf frustratie. Het gevoel van: Dat heb ik weer, bij mij werkt het niet. Doe ik het wel goed? Zit ik te veel in mijn hoofd. Ondertussen kwamen de gebeurtenissen van de afgelopen dag voorbij.
Mijn relatie, die in mijn beleving voortdurend wilde weten waar ik was, wat ik deed en hoe ik me voelde. Toen hoorde ik ineens: “Maak jezelf geen slaaf van andermans angst.” Die boodschap was helder. Communiceer wanneer jij dat wilt, niet wanneer de ander iets van je verlangt.
De dag ervoor was ik met vrienden naar de sauna geweest. Een van hen vroeg of mijn laatste Substack-bijdrage door mij of door ChatGPT was geschreven.
“Er zat namelijk niet zoveel verhaal in,” zei hij. “Vooral veel informatie.”
En toen hoorde ik een innerlijke stem: “Als je iets wilt vertellen, vertel dan verhalen.”
In één keer begreep ik het. Mijn boek moest daarom geen non-fictie worden, maar een roman, een verhaal.
Ook in mijn Substack-bijdragen moet ik naar het verhaal toe. Niet te veel naar de onderliggende informatie of feiten, die ik zo belangrijk vind, want die leiden alleen tot discussie over juistheid. Feiten zijn bovendien vaak gebaseerd op persoonlijke ervaringen, op de bronnen die mij hebben bereikt.
Het gaat niet om mijn waarheid, maar om de boodschap die ik wil overbrengen via een verhaal.
Na de tweede dosis kwam ik er echt in.
Ik werd meegenomen; mijn lichaam en geest werden overgenomen. Alle controle verdween en ik zweefde mee op de muziek, op de geluiden die van alle kanten leken te komen.
Ik hoorde klankschalen van rechts, ratels van links, wind van achteren. Klapperende deuren die me deden denken aan de boerderij waar ik opgroeide. Ik rook zware wierook wat ik herkende. Maar waarvan? Van een spookhuis? Of van de Efteling?
Auto’s reden voorbij, brommers startten en verdwenen in de verte. Zat het in de muziek, of kwam het van buiten? Soms leek het ver weg, soms dichtbij.
Toen besefte ik: die muziek en geluiden, dat ben ik. Ik ben de muziek.
Als de muziek even zweeg tussen twee nummers in, leek ik niet te bestaan, tot het volgende nummer mijn geest weer meenam.
Ik begreep: ik bén muziek. Ik ben frequentie. Alleen frequentie.
Het maakt niet uit wat ik in mijn leven doe; ik moet alleen de juiste snaar raken, de juiste muziek uitzenden, de juiste trilling veroorzaken. Alleen zo maken we samen het aardse muziekstuk mooier.
Bij een paar harmonieuze nummers kwam ik in een diepe vrede waarin alles goed was.
Alles was goed. Vredig. Zo mocht het altijd blijven.
Totdat Marieke mijn schouder aanraakte en vroeg of alles oké was. Ik knikte en zei “jawel”, om haar gerust te stellen. Dit was heerlijk. Hier wilde ik blijven.
Tot ik hoorde: “Als je niets meer hebt om voor te leven, sterf je.”
En even vond ik dat prima. Dit voelde zo fijn, zo vredig, zo compleet. Maar toen besefte ik dat ik dat niet wilde.
Ik had niet zoveel werk verricht, niet zoveel uitgezocht, niet zoveel opgeruimd, niet zoveel losgelaten, om nu te sterven.
Ik besloot op zoek te gaan naar een reden om te leven.
Op dat moment voelde ik even angst dat ik zou sterven. Er volgde een steek in mijn hart, en toen begon het weer te kloppen. Mijn lichaam werd even onrustig, daarna kalm.
De boodschap was duidelijk: “Zorg dat je iets hebt om voor te leven.”
Later nam de muziek me opnieuw mee. Ik belandde in een paradijselijke sfeer.
Ik was in de natuur, een bos vol bomen en struiken, ontelbare tinten groen.
Een riviertje stroomde. Vlinders en vogels vlogen voorbij. Het stromend water vormde met de bosgeluiden een rustgevende symphonie.
Toen hoorde ik weer een stem: “Waar wacht je op?”
Nog een keer: “Waar wacht je op?”
En nog eens: “Waar wacht je op?”
Die woorden bleven naklinken terwijl het schouwspel voortduurde en de muziek even stilviel.
Ik begreep dat ik mijn hart moest volgen. Mijn hart dat dichter bij de natuur wil leven.
En er is niets, werkelijk niets, wat me momenteel tegenhoudt om die weg te gaan.”



